Naar inhoud

Je bent hier: Startpagina > Beheer je budget > Je schulden beheersen > Stap voor stap een budget opstellen

Stap voor stap een budget opstellen

Een écht budgetplan opstellen is niet moeilijk. In het begin kost het je wat moeite om het systeem op punt te zetten. Maar daarna hoef je er nauwelijks nog tijd in steken om alles bij te houden. Met volgend stappenplan kan je van start gaan:

Stap 1. Bepaal je doelstellingen

Zet je doelstellingen duidelijk op papier. Wat wil je nog allemaal bereiken? Een eigen huis kopen? Enkele jaren eerder met pensioen? Een spaarpotje aanleggen voor de studies van de kinderen? Verdeel je dromen en wensen in drie categorieën: de korte termijn, middellange termijn en lange termijn-doelstellingen. Bespreek dit ook met je partner en schrijf alles op. Als je eenmaal weet wat je wil, kan je beginnen budgetteren.

  • Je korte termijndoelstellingen zijn de dingen die je binnen een jaar gerealiseerd wil zien. Je kan daar bijvoorbeeld de afbetaling van je kredietkaart mee onder zetten, of de aankoop van een nieuwe koelkast of televisie, je plannen voor de volgende vakantie, ...
  • Je middellange termijndoelstellingen zijn de zaken die je binnen twee tot vijf jaar wil verwezenlijken. Zo zou je bijvoorbeeld een startkapitaal kunnen bijeensparen als aanbetaling voor een eigen huis, of kan je sparen voor nieuwe meubelen, een nieuwe keuken, ...
  • Je lange termijndoelstellingen zijn de plannen waar je pas over meer dan vijf jaar geld voor nodig hebt. Pensioensparen en een spaarpotje voor de studies van de kinderen zijn de klassieke voorbeelden.

Stap 2. Verzamel informatie

Zoek alle informatie bij elkaar die je maar kan vinden over de inkomsten en de uitgaven van je gezin. Wees eerlijk als het erop aankomt de uitgaven van je huishouden in te schatten. Je budgetplan moet een accurate weergave van de werkelijkheid zijn, geen ‘best-case scenario’. Volgende documenten bevatten informatie die bruikbaar is voor je budgetplan:

  • Je belastingaangifte van vorig jaar en het laatste aanslagbiljet dat je hebt ontvangen.
  • De uitgavenstaten van eventuele kredietkaarten.
  • Het afbetalingsplan van je leningen.
  • Je bankuittreksels.

Start met de gewoonte om al je inkomsten en uitgaven te noteren in een notitieboekje of een spreadsheet om een volledig beeld te krijgen van je huishoudbudget.


Stap 3. Waar sta je nu?

Als je alle informatie hebt verzameld, zal je stilaan de verhouding tussen je inkomsten en je uitgaven leren kennen. Het is geen probleem als je voor de eerste versie van je budgetplan schattingen gebruikt van je uitgaven. Nadat je enkele maanden je echte inkomsten en uitgaven hebt genoteerd, zal het beeld automatisch scherper worden.

Deel je budgetplan op in drie delen:

  • Wat je verdient: Noteer afzonderlijk al je inkomsten, zoals je nettoloon, commissies en bonussen, alimentatiegeld, kinderbijslag, vervangingsinkomens, interesten en dividenden,... en tel op de laatste lijn alles op.
  • Wat je uitgeeft: Noteer al je vaste en variabele uitgaven. Je vaste uitgaven zijn de uitgaven die elke maand gelijk blijven, zoals huur, pensioensparen, afbetaling van een lening, alimentatiegeld, gas en electriciteit, verzekeringspremies, taksen, belastingen ... Hier kan je meestal moeilijk op korte termijn in schrappen. Je variabele uitgaven zijn bijvoorbeeld je aankopen in de supermarkt, bij de bakker en de slager, benzine voor je auto, een voorafbetaalde kaart voor je gsm, bioskooptickets, uitgaven voor ontspanning,... Maak op de laatste regel het totaal.
  • Je overschot of beschikbaar spaarsaldo: Trek je totale uitgaven af van je inkomsten. Het resultaat van deze bewerking is je vrije inkomen. Dat geld is vrij voor noodgevallen of kan je gebruiken om te sparen voor je doelstellingen.

Stap 4. Denk na over je beschikbaar spaarsaldo

Je beschikbaar spaarsaldo is gelijk aan het verschil tussen je inkomsten en je uitgaven. Daaraan zie je onmiddellijk of je teveel uitgeeft. Is het een positief cijfer, dan kan je het vrije geld gebruiken om je schulden af te betalen of om te sparen. Is het negatief, dan zit je met een probleem. Je geeft meer uit dan je verdient en waarschijnlijk financier je het tekort met krediet. Overloop in dat geval zorgvuldig al je variabele uitgaven en zoek uit waarin je kan snoeien. Of neem contact op met een dienst voor schuldbemiddeling, zij kunnen je daarbij helpen.


Stap 5. Volg je uitgaven verder op

Heb je de eerste keer je budget opgemaakt, dan ben je gestart. Nu komt het erop aan om vol te houden. Noteer elke maand opnieuw al je uitgaven en inkomsten en bereken telkens je beschikbaar spaarsaldo. Zelfs als dat positief is, is het belangrijk om een beter inzicht te verwerven in je uitgavenpatroon. Op die manier zal je je uitgaven bijna automatisch naar beneden zien gaan. Zorg er dus voor dat je altijd een klein notaboekje op zak hebt en noteer elke keer als je iets koopt of als je geld uitgeeft. Het kan ook handig zijn kasticketten van aankopen, geldopnames enz. te bewaren.

Je zal ervan versteld staan hoeveel je leert over jezelf. Uit ervaring blijkt dat de meeste mensen niet beseffen hoeveel geld ze uitgeven aan koffie, snacks, frisdrank en tijdschriften en andere niet-noodzakelijke spullen. De uitgaven voor bijvoorbeeld tandverzorging en noodzakelijke huishoudboodschappen blijken in de meeste gezinnen dan weer heel goed mee te vallen en zijn meestal niet overdreven. Door je uitgaven nauwgezet op te volgen, zie je waar je geld naar toe gaat en kan je makkelijker ingrijpen als je budget ontspoort.

Surftip:
Voorbeelden van een budgetplan vind je op upc-bvk.be (doorklikken op budgettabel) of www.ocmw.antwerpen.be/budgetplanner/inleiding.htm.